Zo, nu we een tandje lager geschakeld hebben, is er automatisch ook wat meer tijd om ons met verslagen te bezigen. In een race zo naar het zuiden, kun je regelmatige verslagen net zo min verlangen, als je dat van een formule1 piloot gedurende de grote prijs van Monaco kunt. Na een aantal dagen Zebrabar vonden het eigenlijk wel mooi geweest. Het is zonder twijfel een mooie plek en ook mooi aangelegd, maar we waren er al snel klaar mee. We zijn toen toen eerst naar het reserve de Bandia gereden, alwaar wij de nacht binnen de hekken konden door brengen. Als tegen prestatie moest er natuurlijk wel wat "cadeaux" de volgende morgen "gedonneerd" worden. Maar we stonden daar zwaar okee en dat kon dus wel lijden. De volgende dag hebben we een auto met gids voor ons allen geregeld en toen was het genieten. Bandia is weliswaar in enige mate artificial, maar toch ook weer niet. In de 90-er jaren is de wildstand in dit gebied weer hersteld middels wat fauna dat uit Zuid-Afrika geronseld is, maar van origine liep dat allemaal hier rond. Het Niokolo Koba schijnt wel weer in originele staat te zijn en ook te worden gehouden. We zien dat misschien tzt nog wel. Voorlopig waren we nog in Bandia en laafden wij ons aan al het schoons in dit van Baobab's vergeven gebied. Update; lees ik verdikkie net in het gasten boek, dat onze Sas puur omdat ze hond is, niet welkom is in Niokolo. Daar moeten we maar eens kijken wat te doen.

giraffen                                             en jazeker een echte neushoorn

De volgende dag reden we naar Mbour en hebben daar halt gehouden teneinde te fourageren, om hierna onze weg te vervolgen naar Joal. We waren door gereden naar Fadiout waar we een camping zochten, maar uiteindelijk op het terrein van de locale technische school gedirigeerd werden, die gedurende de feestdagen gesloten zou zijn. Deze lag aan het strand recht tegen over het eigenlijke dorp Fadiout, dat op een eiland in de delta ligt. Senegal valt in alle opzichten mee, want ook hier werden we niet lastig gevallen, terwijl we toch min of meer op openbaar terrein stonden en vooral de voetballende jeugd hier gretig gebruik van maakten.

de brug naar het eiland

Echter hoelang we hier konden staan was nogal onduidelijk en ook vanwege het ontbreken van de meest rudimentaire toilet voorzieningen en ook water, vermochten wij ons thans naar een ander kamp gelegenheid begeven. Deze werd door ons op goed geluk uit de reisgids gehaald en wel Djidjack in het pittoresk klinkende Palmarin. Eigenlijk een van inrichting op de Zebrabar gelijkend stukje gebeuren, maar daar hadden wij na een aantal dagen nog lang niet gezien. Dit met zekerheid, door het immer hulpvaardige en ook zeer vriendelijke Frans Zwitsers echtpaar en de voortreffelijke keuken. Het domein was vergeven van de Baobabs, waar wij ons dan ook terstond onder schaarden als ook onder een Palm. Wij besloten echter, achteraf misschien een ongelukkige keuze, om de stad Kaolack met een bezoek te vereren.

Didjack

66,6% van ons team ging dus naar Kaoloack en 33,3 % bleef achter en zou 2 dagen later, rechtstreeks naar Dakar gaan alwaar wij het dan rond dezelfde tijd het team weer tot 100% zouden smeden in Ngor, niet ver van het vliegveld. Hier gaan Tom en Elvira per vliegtuig weer in die Heimat en wordt 2 dagen later hun Toyota bemand door een nieuw team lid. Maar goed, nadat wij de de 20 a 30 km piste vanaf Palmarin, gereden hadden konden wij op de asfalt weg naar Kaolack draaien. Edoch veel asfalt ontbrak, wat zich dan weer manifesteerde in enorme hoeveelheid gaten, die de snelheid er aanzienlijk uit haalde en minimaliseerde tot minder dan de piste snelheid. Kortom, we waren daar wel even zoet mee. Daar aangekomen gingen wij spoorslags op zoek naar de Katholieke missie, niet zozeer uit religieuze gronden, maar meer uit praktische. Men kon daar namelijk gratis op het terrein staan en overnachten. De hoofdstraat was echter opgebroken, wat de logica uit de geplande route haalde. Afijn, na een paar rondjes Kaolack, hielden wij kwartier bij een bank om geld te monsteren en het was hier, waar een persoon kennelijk van onze gezichten af las, dat wij de Katholieke missie post zochten. Tenminste, hij vroeg op de man af of wij die zochten en dat was dus raak. Nu, hij liep met allen, minus ondergetekende die op winkel paste, naar deze post en even later kwam Tom weer aangelopen om de Toyota en mij hiernaar toe te leiden. We werden opgewacht door een uiterst vriendelijk pater, priester, frater of weet ik veel. Sinds mijn doop, ben ik feitelijk wel Katholiek, maar zeer zeker niet praktiserend en als een gevolg van dit 'manco', slijten de gewoonten en ook alle gevoel van katholieke traditie, hiŽrarchie en titels. Praktisch ingesteld ben ik ook en zal daarom niet piesen op het mij ter nuttiging aangebodene, en wij grepen deze kans op dit kwartier dan ook met beide handen aan. De markt in Kaolack zou een der grootste van Afrika zijn en was dan ook hoofdzakelijk de reden om hier heen te gaan. Maar ook de mogelijkheid het pasavant te verlengen was een reden. Onze gids liep ons voor naar de douane en het pasavant werd zonder problemen en kosten met 15 dagen verlengd. De stad viel erg tegen  en was zeer benauwd en uiteindelijk toch wel vies en onaantrekkelijk.'s nacht koelde het ook nauwelijks af. Bovendien was de missiepost gelegen naast een oliefabriek waar tientallen vrachtauto's beladen met pinda's wachtten op ontlading en deze schier eindeloze rij,  werd constant met nieuwe vrachtauto's aangezuiverd.  De volgende dag werden we weer ongevraagd door onze gids verwelkomt, want als je een zakcentje geeft zoals wij voor bewezen diensten deden, kom je er kennelijk door de hoop op repetitie van desbetreffende, niet meer van af. Ons krukje wat hij in beslag had genomen, mocht hij wat ons betreft houden aangezien hij daar al sporen op had achter gelaten en wij er eigenlijk geen been in zagen om het zitvlak te reinigen. Wij namen derhalve afscheid van deze stad en ons krukje en toogden naar Mbour waar we wilden overnachten. Na de nodige rondjes hier te hebben gereden, kwamen wij uiteindelijk via een door de Daf schier onmogelijk te nemen weg, maar slechts dankzij de extra terrestriale stuurman kunsten van ondergetekende, bij een camping terecht op de grens Mbour en Saly. Deze was okee en we werden daar vergast door de nodige apen, ťťn zielige krokodil ( want gedumpt in een put waar hij of zich niet in kon strekken), een peerd  en een slaperige phyton. Er kon hier toilet gemaakt worden, maar de voorzieningen waren beslist rudimentair te noemen.

ferme de Saly en even mail checken bij de buren

Met en beetje zoeken kan je altijd wel weer een vrije WiFi vinden, maar het is doorgaans erg langzaam en tot mijn grote frustratie, wil mijn Itunes maar niet verbinden met digitale winkel. Maar voor mail is het meestal wel ok. Jammer is alleen, dat je nooit het geluk hebt ontvangst te hebben in de truck, maar meestal net buiten de camping een ietwat stabiele verbinding hebt. Gelukkig viel het hier net te doen binnen de afrastering, zodat je niet midden op straat tussen al het wandelende en autorijdende volk, plaats hoeft te nemen. Na een nacht in dit kamp met genoegen te hebben door gebracht, was het alweer tijd voor ons rendez-vous te Gnor. De weg van Mbour naar Dakar is genadeloos druk, niet voorzien van verkeerslichten of nauwelijks verkeersregelaars, waarbij er op de rotondes en kruisingen alle energie in het er absoluut niemand tussen laten gestoken wordt, zodat men meer stil staat dan rijdt. Na het team na vereniging weer op volle sterkte was, bleek de volgende dag het visum voor Mali op de 31e december door Andrea, in tegenstelling tot ander visum aanvragers, toch in een dag geregeld kon worden. Dit greep efficiŽnter wijze samen met de nodige inkopen ten behoeve van het komende afscheid maal ten ere van team gasten Tom en Elvira, die in de nacht van 1 op 2 januari zouden vertrekken.

Gnor vlakbij het vliegveld wachtend op het vliegtuig.

Na het gezamenlijke maal op het zwaar in aanbouw zijnde hotel annex camping domeinen, waren we alweer toe aan ons 2e oudjaar viering. Dit maal dus niet in het lege oosten van MauritaniŽ, maar in Dakar. Er was hier wel sprake van vuurwerk, maar daar werd duidelijk minder in geÔnvesteerd dan in Amsterdam. Na de nodige vuurpijltjes te hebben aanschouwd maar weer de koffer in, want het kan eigenlijk niet meer zo bekoren. Nu ja, toch dan maar even voorzien in de verplichte kost;

gelukkig nieuwjaar