Ouagadougou

6 mei 2020 kwam Bastiaan, onze spruit, aan op het vliegveld in Ouagadougou. Uiteraard heeft ons Bas de eerste paar dagen in Ouagadougou rondgestruind. Na een paar dagen waren on tour gegaan naar Arli. Dat ligt in het uiterste oosten van Burkina aan de Pendjari rivier, die ook de grens is tussen Burkina Faso en Benin. Aan de andere kant van de rivier heet het Pendjari National reserve. Daar hadden wij natuurlijk al mooie ervaringen opgedaan en we gingen er derhalve vanuit, dat wij hier ook onder de indruk van zouden zijn in Arli. De grote vraag echter was, of het überhaupt wel open zou zijn. Het regenseizoen was al aarzelend begonnen en dat is het moment, dat de boel daar dicht gaat. Afijn, we gingen er toch maar heen en we zouden dan wel zien. Dus eerst maar de 200km naar Fada-Ngourma en vandaar richting het zuiden en wederom na zo'n 200km bij Tindangou links de piste op door Arli. Daarvoor waren we nog wel van de hoofdweg afgereden, om te overnachten. Mahama had een slang gezien en was de hele nacht, nadat hij dier van het leven had beroofd, zwaar in paniek, waardoor Bas, die ook buiten sliep, zijn nachtrust werd ontzegd.

arme slang

 Maar goed, we gingen dus rechts Arli in. Een echt waanzinnig slechte piste, plus het feit, dat er al de nodige regen gevallen was, maakte, dat het niet echt opschoot.

natte pistes in Arli

De auto glibberde alle kanten op, maar hij trok ons uiteindelijk overal zonder problemen doorheen. Na vel uren kruipen en zo'n 100km verder, kwamen we eindelijk bij een slagboompje aan, waar je geacht wordt te betalen. Hier was ook sprake van een hotel en wat andere faciliteiten, maar alles was gesloten. Kortom we hadden buiten een encounter met 3 bavianen en even zovele olifantendrukjes niet veel gezien. Wij hoefden niets te betalen en het slagboompje ging omhoog. Kortom het park was gesloten en de dieren aldaar handelde daar kennelijk met volle overtuiging naar, door zich niet te laten zien. Maar het landschap moet worden gezegd, was alleszins de moeite waard.

Arli                                                             brug kapot

De route door het park was echter zwaar en slechts te doen met zwaar materiaal. We maakten onze tour echter af en gingen dus noordelijk het park uit, vlak bij de grens met Niger. Na wederom de nodige kilometers te hebben gereden kwamen we op het punt, dat we echt niet meer verder konden. We stonden daar aan de rand van een rivierbedding met een weggespoelde brug, en nergens een mogelijkheid om dit obstakel te omzeilen. Wij vreesden de complete piste weer te moeten afleggen in tegengestelde richting, maar op aanwijzingen van enkele lokalen, bleek er de mogelijkheid tot het nemen van een andere piste. Uiteraard een stuk terug en om, maar beter dan weer terug te pisteren naar Tindangou. Ook op deze route was de brug weggespoeld, maar dat was kennelijk een tijdje terug, aangezien er een nieuwe brug 50 meter verderop lag. En zo kwamen wij dus als nog op de hoofdweg Ouagadougou Niamey terecht. Nu maakten wij ons wederom op voor Ouagadougou en onze luxe ressort aldaar. Daar aangekomen bleek dat het op-beamen van de coördinaten naar het e-mail adres van Casper gelukt was, want daar stond de witte MAN van hem, die enige uren daarvoor aangekomen was. Casper zou de volgende dag weer naar Mali gaan om daar de regentijd af te wachten, voordat hij zijn reis naar het Zuiden zou vervolgen. Wij echter zouden de volgende dag naar het zuiden gaan, en wel naar Nazenga. Bas had recht om zijn olifanten te zien en onze ervaring was, dat dit daar een zekerheid betrof.

zwembad met bar                                                         schuilende olifanten

Maar helaas, daar waar wij de vorige keer zo onderhand onze nek braken over de olifanten en de andere wilde dieren, reden we nu zonder bijzonderheden te hebben mogen aanschouwen, naar de ranch. De volgende dag zijn we met gids en niet mijn auto op safari gegaan. Ook nu was de buit uitermate karig. Het was bloedheet en drukkend, zodat de meeste dieren zich schuilhielden. Zelfs die enorme bakbeesten waren zeer moeilijk te vinden zoals op bovenstaande foto is te zien. Aan het eind van de middag en onze tour, begon het vrij snel te betrekken en ging het vrij heftig regen. Het gevolg was dat de olifanten zelfs niet naar het meertje toekwamen, waar ze normaal altijd liggen te badderen. Maar goed, we hadden wel heel veel dieren gezien en Bas was tevreden. 's Avonds ging het onweertechnisch onwaarschijnlijk te keer, zodat het ook hier de volgende dag bij onze terugkeer af en toe wel leek of wij op een schip voeren in plaats van Daffige 4WD. Hierna keerden wij wederom naar ons luxe ressort, waar wij weer als overlander alleen stonden. Bastiaan ging alras op het vliegtuig naar huis, waar hij in Parijs strandde omdat er tegenwoordig sprake is van een uit de hand gelopen hobby van deze of gene, namelijk een vliegveld sluiten. Nadat hij liftend vanuit Parijs bij ons huis aankwam bleek bovendien, dat door hardwerkend volk, waarschijnlijk bij de gratie van bloed, zweet en tranen, onze voordeur volledig was ingetrapt. Waarna met schier bovenmenselijk krachtinspanning ons huis in zeer korte tijd ontdaan was van onze eigendommen, die door dankzij onze moreel achterlijke instelling destijds verworven waren middels een reguliere aanschaf, waarbij onze arbeid en de daarmee verdiende pecunia, ons daartoe destijds de mogelijkheid verschafte. Afijn, wij gingen de volgende dag weer richting Togo. Het afscheid aldaar, was destijds wegens ziekte nogal onaangenaam verlopen en dat kan natuurlijk niet. En al helemaal niet als je in overweging neemt, dat de kans dat je als ensemble terugkeert kleiner is dan niet terugkeren als ensemble. Dit gezien het feit, dat er naar aller waarschijnlijkheid sprake is van een andere reisprogrammering in de toekomst, waar Afrika niet meer deel vanuit maakt. De wereld is tenslotte groter dan Afrika.

.