Eindelijk was het dan zo ver. We gaan Togo inwisselen tegen Ghana. We vertrokken naar Kpalimé, waar we nog wat boodschappen hadden gedaan. En toen richting de grens naar Kpadapé. Eerst de auto formaliteiten afgehandeld en toen de uitreisstempeltjes van de politie in de paspoorten. Daarna nog een gendarme post en wederom nog een vlak bij de grens een laatste post. Hier lag een gendarme op zijn rug een touw bedienend, dat over de weg gespannen stond. Ik stapte uit, aangezien hij lekker lag en niet van plan was in die status quo verandering aan te brengen. Hij had een aardige pens als gevolg, naar ik vermoed, omdat hij nog te lui was om te schijten. Hij wilde 30000 CFA. Ik wees hem er fijntjes op dat alle mensen met een negroïde uiterlijk achter mij voorbij reden zonder te voldoen aan deze buitenofficiële financiële handdruk en het hier dus een raciale kwestie betrof. Bovendien zou ik hoe dan ook in geen geval geld betalen en zeker niet aan een racist. Dat was wel lekker om de zaken eens lekker om te draaien. Tenslotte hebben wij bleekreetjes niet het monopolie op racisme. Afijn, na deze rimpeling in ons lange verblijf in Togo verdwenen wij Ghana in. Hier verliepen de formaliteiten erg formeel, in ieder geval niet op een wijze zoals we dat tot nu toe gewend waren. Hier zijn we over de piste naar Ho gereden en vandaar over mooie asfaltbanen naar Akasombo. We hadden daar het Afrikiko resort gevonden waar we met de truck mochten staan.

Volta rivier na de dam                                                             en de dam (clickable)

Wc, douche en hond waren geen probleem en we kregen een rondleiding. 2 dagen later werden we door een of andere hysterische feeks die daar iets heel "belangrijk" was, gesommeerd om ons met die hond op te sluiten in de truck. Met veel gescheld meldde ze dat wij met de hond de klanten, die overigens zowel zwart als blank allemaal even geïnteresseerd in Sasja waren, bang zouden maken. Uiteraard hebben we deze dame totaal genegeerd en gedaan wat wij anders ook zoal plegen te doen. Maar toen wij wederom op het terras plaats wilde nemen, werd de weg versperd door haar en een andere "manager". De hotel policy ten aanzien van ons was met de andere manager 180 graden gedraaid, waarna ik de conclusie trok, dat het beter was de kuierlatten te trekken. Het personeel in charge werd me te onaangenaam en dit gedwongen vertrek noopte mij, de rekening niet te voldoen, meldde ik aansluitend. Aldus geschiedde en wij gingen ons weegs naar het Volta hotel. Dit is een 5 sterren hotel (denk ik) hoog gelegen met uitzicht op de Akosombo dam. Hier zijn we al het hogere personeel en managers afgegaan, maar het was geen probleem daar de nacht in de truck door te brengen. Bovendien wilde ze er niks voor hebben, zodat we daar maar en paar biertjes als goedmaker hebben gedronken op het terras, alwaar de foto's van de dam zijn genomen.

Akasombodam by night.

's Avonds dacht ik maar weer even snel een fotootje te maken van de dam met al die mooie lichtjes, aangezien het in de dagen hiervoor al was opgevallen, dat in Ghana net als in Togo, de stroom niet iets is waar je vast op kan rekenen. En dan druk ik mij nog voorzichtig uit. Dus als alle lampjes branden moet je er snel bij zijn. De dag hierop zijn we naar Téma vertrokken. Er zou hier een hotel genaamd "Dutch hotel" zijn waar oer-Hollandse kroketten voorhanden zouden zijn. Reden genoeg om daar een kijkje te nemen. Het bleek echt een superdeluuks complex te zijn zonder de mogelijkheid voor ons om daar te staan met de truck. Dus maar weer verder zonder een krokettencheck. Dat was echter wat listig, aangezien we hier vast kwamen te zitten in het verkeer. Het kostte zo'n 4 uur om weer uit Téma te komen ondanks dat de af te leggen afstand niet meer dan 3 a 4 km bedroeg. Gekkenhuis! Na Téma kwam Accra. Een enorme grote en voor ons onaantrekkelijke stad. Je kan er ongetwijfeld alles krijgen, ook onderdelen voor je auto, maar wij lieten deze stad zo snel mogelijk achter ons om te eindigen 30km verder aan het strand in Korkobité. Dit was een relaxte plek en we kwamen in deze rustige overlandperiode naast 2 Duitsers met truck te staan, die net als wij een zeer traag tempo hadden. Dwz ze waren ongeveer tegelijk met ons vertrokken uit Europa. Zij waren echter bikkels die tot daar gekomen waren door eenvoudig van uit Marokko de kust te volgen ook dus door enge landen. Harry en Eugen deden dit zonder voorbereid te zijn zoals visa en carnet de passage. Dit 2tal zorgden er voor, dat we hier ook een week beleven plakken. Bovendien moest in Accra weer een visum voor Burkina geregeld worden en toch ook geld getapt. Je krijgt hier niet meer dan het equivalent van 75 EuroDollar uit de muur. Waarschijnlijk omdat er niet meer papier in zo'n machine te verstouwen is. De Cedi is echt onhandelbaar als betaalmiddel, maar je komt er niet onderuit. Ze zouden dit jaar een nieuwe Cedi introduceren, maar daar gaan we lekker niet op wachten. Ook zou er sprake zijn van een komende munt unie met de engels sprekende landen, zoals daar al is in het frans sprekende deel van west Afrika. Na een week verlieten we Krokobité om richting Capetown te gaan.

Krokobité mat Harry op het dak                                                      Cape town portugees kasteel

Je heb langs de kust van Ghana vele historisch plekken, waar de slaven verscheept werden naar de America's. De weg is een grote zeer mooi geasfalteerde 4 baansweg. Af en toe staan er bordjes met 50 km/u en daar had ik er een van gemist,omdat de bebouwde kom daar vrij onzichtbaar is. Afijn we waren met een lasergun gespot met een snelheid van 70km/u. Proces verbaal en de hele reut en ik moest me melden bij de rechter in Accra, hetgeen best wel klote genoemd mag worden. Ik was tenslotte blij, dat we die stad definitief achter ons hadden gelaten. Maar na een aantal pogingen van mijn kant om alles daar in der minne te regelen, werd uiteindelijk alles verscheurd op voorwaarde dat ik beloofde het nooit meer te doen.  Toch alles bij elkaar voelden we allebei, dat Ghana toch eigenlijk niet ons land is. Ook de hoogst irritante overal aanwezige religieuze uitingen in beeld, geschrift en ook verbaal. Je kan er op geen enkele manier om heen. Een van de vele bordjes langs de weg zoals "God gifted aluminium factory" is daar normaal. Ook op de vele taxi's daar, is zonder enige uitzondering met grote letters aangegeven, dat de desbetreffende chauffeur of auto een bijzondere band heeft met de Here God. Uiteraard is het daarnaast zo ( zoals dat bij uiterst religieuze mensen vaak gebruikelijk is), dat men elkaar het licht in de ogen niet gunt en zichzelf zeer centraal stelt in het leven en in de traffic jam. Cape Coast was voor ons ook enigszins teleurstellend evenals het feit, dat we geen enkel park konden bezoeken samen met onze hond. We zouden haar dan aan een boom moeten binden en na een paar dagen weer op halen. Dus feitelijk hadden we daar de beslissing genomen om Ghana te verlaten. We gingen na Cape Coast nu noord naar Kumasi de 2e stad van Ghana. Daar kwamen we terecht op het terrein van het Presbyterian guesthouse. Dit was een zeer aangename plek in een ook wel aangename stad en hier bleven we dan ook een paar dagen plakken. Het eten in de guesthouse was er lekker en spotgoedkoop. Je kon hier geld tappen en internetten, alhoewel dat laatste lastig blijft. Tijdens het uploaden van een update en het schrijven van een webmail, viel de stroom weer eens uit. We verlieten Kumasi aan de oostkant, want daar ligt een enorm groot kratermeer  Bosumtwi wat wij met een bezoek wilden vereren.

Presbyterian guesthouse                                                                   Bosumtwi lake

Het gebied rond het meer was wat moeilijk toegankelijk voor de truck en ook de plekken om te camperen waren als we er al konden staan, niet te bereiken. We zijn toen over de piste richting Tamale gegaan. Je moet dan met een gammele pont over een uitloper van het Volta meer bij Yéji. Ik kon als eerste de pont op samen met nog een klein vrachtautootje en 2 pickups. Hierna kozen wij het ruime sop, om na een kwartier weer aan dezelfde kant aan te leggen voor de volgende inname der verhikelen. Dit nu nam een hoop tijd in beslag, omdat elke beschikbare cm moest worden benut. Mijn auto moest herschikt en meer aan de rand, zodat er 3 vrachtwagens naast elkaar konden staan. Nadat ik dat gedaan had, kwam de eerste vrachtwagen achteruitgereden en parkeerde hem met een noodgang strak naast me. Er kon geen vinger meer tussen, maar naar later bleek, was dat geen vakmanschap, maar waren we gewoon door het oog van de naald gegaan. De overige reden achteruit de pont op en ramde alles wat ze maar konden rammen bij herhaling. Maar wij bleven schadevrij.

Yeji ferry

                                                         Voormalige bomen

Toen de pont volgeladen was, werd er eerst nog een lange tijd langs de oever gevaren (3km/u), omdat het Voltameer hier gevormd is op een plek waar het ooit rijkelijk bebost was. Er moest dus naar een doorgang naar de andere kant gevaren worden. De hele onderneming nam zowat een dag in beslag. Aan de andere zijde reed een hele stoet voertuigen over een piste die vrij onbegaanbaar geworden was door de regen die gevallen was. En natuurlijk wordt met elke auto de piste slechter. Het verwonderde me dat het hoog opgeladen busje voor ons niet om lazerde. Elke keer als het afgeladen ding met een wiel in een door het water onzichtbare gat verdween, kwam de andere kant bij het doorveren helemaal los van de grond. Uiteraard waren wij de enige in de hele colonne, die op geen enkele wijze moeite had om deze piste te slechten.

het betreffende afgeladen busje                                        de omgevallen truck stond naast ons op de pont

 Na een hoop kilometers (leek het) kwamen we aan bij Salaga. Hier moesten we bij een politie roadblock stoppen. Een politieman en een politievrouw meldde als met één mond, dat ze alle papieren moesten checken. Dit zou lang gaan duren, maar als we wat geld zouden geven konden we snel doorgaan. Ik meldde maar om het effe in te smeren, dat ik geld zat had, maar dat ik nog beter in de tijd zat. Ik gebood het koppel alle papieren grondig te checken al zou dat een week kosten. Want tijd had ik zat. Er werd toen de andere Ghana mode ingeschakeld en gevraagd of ik niet iets vanuit het hart, vanuit God iets goed kon doen of geven. Desgevolgd gaf ik hun ter lering, dat het gebruikelijk is om gasten zoals wij te onthalen met een grote dosis gastvrijheid en zij derhalve als een gevolg daarvan iets aan ons dienden te geven zodat wij als 2 zeer tevreden gasten deze plek zouden kunnen verlaten. The God mode werd uitgeschakeld en er werd geld verlangd. Nadat ik duidelijk gemaakt had, dat ik lieve en aardig mensen die niks hadden graag wat gaf, maar in dit geval van ze lang zal ze leven niet, mochten we door rijden. Twee zeer chagrijnige politietjes achterlatend. Beter zij dan ik chagrijnig. De rest van de weg was geasfalteerd tot Tamale en ook verder tot aan de grens. De grensovergang was een grote en er stonden veel vrachtwagens geparkeerd. Bij drukke en grote grensovergangen horen grote middagpauzes. Het binnen gaan van Burkina Faso nam daarom wat veel tijd in beslag, maar de formaliteiten verliepen wederom zeer soepeltjes. We reden gelijk door naar Po waar je westwaarts de piste naar Nashenga  kan nemen, wat we dan ook deden. Nashenga is en natuurpark wat we na al het gemis in Ghana ons toch niet wilden ontzeggen. Aan begin van park natuurlijk weer de voorwaarden besproken. Sasja was zoals overal in Frans Afrika geen probleem en slapen in de truck bij het hotel ook niet. Meestal is in het midden van zo'n park een hotel gebouwd, waar je dan voor veel geld kunt eten en slapen ( althans, dat was in Pendjari het geval). Een gids was verplicht voor een toer door het park en daar namen we genoegen mee, want die kent natuurlijk alle plekjes. Achteraf viel dat wat tegen, want op de weg naar de receptie ( 50km van de ingang), hadden we meer wild gezien dan op onze toer met de Daf en gids de volgende dag. Het park leek veel op Pendjari met vrijwel dezelfde flora en fauna, maar is een stuk kleiner. Een klein filmpje van badderende olifanten is hier te zien.

Badderende olifanten                                               Sasja en badderende olifanten

Hierna zijn we op weg gegaan naar Ouagadougou om ons op het terrein van de OK-inn te nestelen. Ik had er alle vertrouwen in, dat de tamtam deze keer wederom feilloos zou werken en dat daarom Mahama zich binnen 2 a 3 uur zou melden. En inderdaad Mahama meldde zich al ras en van het geld dat hij nog van me had, had hij het bouwen van 2 djimbéhs al in gang gezet. Dat zijn handdrums en in ons geval groot en dus hard en laag klinkend. Deze werden in de daaropvolgende week bij ons voor de deur geproduceerd.

De kakelverse koeienhuid                                                    koeienhuid wordt na droging geschoren

De restjes van de koeienhuid hebben we aan Sasja opgediend en die was daar heel erg tevreden mee. In de loop van deze week had mijn broer mij opgebeld met de mededeling dat mijn vader de allerlaatste fase van zijn leven was in gegaan. 2 dagen later kreeg ik 's nachts een sms van mijn broer, dat hij gestorven was. Mijn grootste fan binnen de familie van mijn Daf project, die zolang hij dat kon, foto's wilde zien van de voortgang.

2 dagen later was ik weer in Nederland, met achterlating van Andrea en Sasja.