Het verkrijgen van een vette dop is zoals gebruikelijk in een grote stad en vooral in havensteden geen probleem. Zo ook hier in Bamako. Maatje 40 is dus ondertussen toegevoegd aan mijn wapenarsenaal. Poeli verwijderd en uit mijn magazijn afdeling oliekeringen, de krukaskering gevat en alles weer gemonteerd. Voor wat betreft kleine dingetjes zoals daar zijn; moertjes met zeer fijne spoed en vloeibare pakking en de kennis waar wat te krijgen, kon ik bij onze patroon AndrÚ terecht. Kortom een goede keuze om de werkzaamheden hier bij le Cactus uit te voeren. Gelijk heb ik de olie ververst en dus toen konden we weer verder. We reden van Bamako naar Sikkaso, waar we net voor de grens weer bij de waterval hebben overnacht. Valkbij staan bij een waterval zorgt voor een stevige afkoeling van de nacht en werden derhalve zeer fris en fruitig wakker en maakte ons op voor de grens. Na deze uitermate probleemloos geveld te hebben zijn we direct na de grens de piste naar Banfora ingedraaid. Een ongelooflijke beroerde piste, maar zeer de moeite waard en voert langs een zeer afwisselend landschap, waaronder de bizarre rotsformaties bij Sindou. Oja oliegezien zit de boel dus helemaal potdicht.

De ruim 100 km naar Banfora consumeerde de ganse dag op, alwaar we onze weg zochten naar campement Baobab. Het kaartje hiervan hadden we van een Spanjaard in Senegal gekregen, die uitermate enthousiast was over de personele bezetting aldaar zodat het ons een leuk plan leek om dit maar eens hoogstpersoonlijk te gaan verifiŰren. Jammer dat er geen gps co÷rdinaten op het kaartje stonden, maar soit. 5 km voor Banfora zagen we een bord van campement Baobab, dus zonder co÷rdinaten was het makkelijk gevonden. Maar je moet niet met de beer schieten voordat je een kuil gegraven hebt voor een ander, want Baobab was nergens te vinden. Ook vragen aan de locals leverde niks op. Een was echter zo vriendelijk mij de Baobab te wijzen zo'n 10 meter verderop, maar op mijn vraag waar de ingang dan was in deze boom leverde een wantrouwende frons op het desbetreffende gezicht op. Uiteindelijk vonden we iemand die het waarschijnlijk wel wist dat het een campement betrof en wees ons de weg, edoch dat was binnendoor en uiteindelijk reden we ons vast en moesten we we omkeren. Terug op de piste zijn we via Banfora en vanuit daar weer westelijk gereden en vonden daar ons doel. Nu moesten we natuurlijk onze hulp terugbrengen en na een hoop gezoek en gedoe, wat ruim 2 uur in beslag nam, konden we ons net voor zonsondergang op camping Baoab installeren. Uiteraard heb ik de jongens daar uitgelegd, dat ze het bord naar hun oude stek zouden moeten verwijderen en heb ik de gps co÷rdinaten aan ze gegeven voor de volgende batch visitekaartjes.

Campemant Baboba Banfora

 De omgeving van Banfora was prachtig alhoewel Banfora zelf niet zo interessant was.  De Spanjaard had gelijk voor wat betreft Baobab en we besloten daar een paar dagen te blijven om al dit schoons te bezoeken. Hier in de buurt had je de dome die qua bizarheid Sindou misschien wel overtrof en vlak bij had je ook nog de redelijk forse watervallen gezien het feit dat het geen regentijd was. De mare de Hippopotames was voor ons een teleurstelling, maar met de mare Hippopotames te noorden van Bobo in onze reiservaringbagage, was deze vrij makkelijk te verdragen.

De voorlaatste dag in Banfora kregen we nog een tropische regenbui te verwerken, wat aanvankelijk wel verfrissend is, maar daarna voor een hoop benauwdheid zorgt. Anyways het waren toffe jongens daar in Baobab met zeer nette prijzen, maar we wilden wel weer door en besloten de hoofdweg van Bobo naar Ouagadougou dit keer te mijden en draaide vanuit Banfora de piste naar Gaoua op. Zo langzamerhand verdwijnen de pistes in Afrika, want de destijds moeilijke route via Diebougou zo vlak langs de grens met Ghana naar Leo en dan naar Ouagadougou was voor het grootste gedeelte mooie asfaltweg, behalve een klein stukje na de grenspost naar Ghana na Ouessa. Maar voor de het fiets- loop- en brommertverkeer, alsook de bewoners van de dorpjes waar je doorheen rijdt is het natuurlijk fijn als ze niet verplicht moeten genieten van de enorme stofwolk die je toch altijd weer op de pistes achter je aan trekt. In Ouagadougou had ik als eerste de motor van de Daf afgetakeld, want er moest toch enige zaken geregeld worden zoals een etante visum dat volgens velen niet meer te verkrijgen is, maar door ons zonder problemen (buiten de straat opbrekingen) gescoord werd. De stadis net te groot om het lopend te doen en vooral ook te heet. Dus dat werd lekker brommen. We hebben hier stromend water normale plee's en douches, dus het is moeilijk afscheid nemen. Op dit moment wordt de truck versierd met schilderingen van Afrikaanse danseressen en andere zaken waar ik in het volgende verslag middels een fotootje hiervan, mee zal aanvangen en iedereen deelgenoot van al dat moois zal maken. We gaan hierna naar zo snel als mogelijk naarTogo en haar helaas slechte internet infrastructuur, omdat we gen contact kunnen krijgen met onze grote vriend aldaar. Hopelijk is dat het gevolg van een slecht werkend telefoonnet.