Achteraf gezien, was het absoluut niet de bedoeling, dat we in Pendjari vrij kampeerden. We hebben een week tussen de leeuwen, olifanten etc gestaan. De 6e nacht kwam er een uniform voorbij die meldde, dat het zeer zeer zeer zeer zeer gevaarlijk was om vrij te kamperen en de auto te verlaten. Geestig was wel, dat de inboorlingen zich daar lopend of met de fiets verplaatsen. Natuurlijk moet je voorzichtig zijn, maar men dwong je in de richting van het peperdure hotel in het midden van Pendjari en eveneens wilde ze dat je een gids mee nam. Maar die nacht dat de boswachter voorbij kwam, hebben we dankzij Ian zijn vermogen vriendelijke gesprekken te voeren met onwillige officials, de nacht daar mogen afmaken. Na wederom 2 uur slaap, werden we ditmaal gewekt door het gebrul van een leeuw die rond onze auto's liep. Hij of zij was moeilijk te zien in het donker, maar de geluidssterkte was enorm. Erg spectaculair en het ging die nacht nog een paar keer zo door. De volgende dag bij het hotel bleek men weer erg moeilijk te doen over ons verblijf. Gewoonlijk hebben ze daar alles in de hand, omdat ze de toeristen daar van het begin tot het eind begeleiden. Het was derhalve denkelijk wat frustrerend voor ze, dat wij een week ongrijpbaar waren en er zijn er dus niet veel geweest, die daar lekker op zichzelf solo door het gebied heen zijn getrokken. We waren uiteindelijk tevreden met wat we hadden gezien en meegemaakt en besloten om verdere discussie te voorkomen, maar eens de biezen te pakken. Voorlopig balans; 1 band en 2 ramen gesloopt, maar het was het waard. We reden via Parakou richting Cotonou. Al met al was de band wisselen in Pendjari geen sinecure bij ruim 40 graden in de zon. Geen schaduw, want de ronde kopere ploert stond recht boven ons. Daarom was het ook zo'n teleurstelling, dat deze band het na zo'n slordige 150 km liet afweten op weg naar Djougou.

Na slechts 150 km kapotte Vrakking shit                                             hier ergens ben ik met Ian het werk

De bandenleverancier had complete tinnef geleverd, weliswaar met garantie, maar de desbetreffende snuiter laat je vrolijk van Hoorn naar Zeeland rijden voor een paar versleten banden die hij als 95% beoordeeld. Discussie is zinloos, dus reclameren is op voorhand eveneens zinloos. Gelukkig werden bij toeval destijds 2 nieuwe banden door Hugo van expeditievoertuigen aan mij aangeboden. Anders zou ik zwaar in de problemen hebben gezeten.

Een traditionele dansgroep op ons gastvrij en gratis verblijf in hotel le Lac Djougou Benin

 Een toer door Benin bracht ons van Porga, Tanguéta en Natitingou, Parakou naar Cotonou en vandaar naar de kust en hadden voor een dag of 3 halt gehouden in Grand Popo, Benin. Hier op de camping, stonden we aan zee. De heel heftige branding was slechts een meter of 5 uit de kust. Geen mogelijkheden om je staande te houden. Spectaculair om te in te zwemmen natuurlijk, wat we dan ook deden. Enig minpuntje was het ontbreken van water gedurende de meeste tijd.

 

Auberge / camping Grande Popo aan de golf van Guinea

Dat water, of eigenlijk het ontbreken daaraan, deed ons besluiten om ook daar weg te gaan.. We zijn toen de grens met Togo overgegaan en behalve dat het dit keer relatief lang duurde, was deze passage eigenlijk ook vrij probleemloos gegaan. Hier zijn we boven het meer van Vogan langs naar Togoville  gegaan en vandaar uit naar Lomé. Ook hier stonden we weer gratis bij hotel CocoBeach, op voorwaarde, dat we daar dan ook wat nuttigde. Was natuurlijk wel aardig, omdat we even daarvoor weg waren gegaan bij een toch wat minder aantrekkelijk campement met enorm chagrijnige mensen. Nu dus mooie douches en nette wc. De douche was wel heel erg lekker, omdat het daar rete vochtig en heet was. Kortom, je dreef je nest uit. We zijn hierna naar het noorden getogen en wel naar Kpalime en van daaruit naar Atakpame. Lekker aan de straat gegeten en hebben overnacht op het parkeerterrein van Hotel le Roc. Dit hotel staat op een bergtop en de weg daar naartoe is erg stijl. Hier hebben we afscheid genomen van Ian en Jacqueline en zijn de volgende dag de hoogvlakte Danyi ingetrokken op zoek naar een Duitser die we in Bamako Mali ontmoet hadden en die hier al 25 jaar zou wonen. Vraag maar naar een bleekscheet in Atigba had hij gezegd, dan weten ze het wel daar. Afijn, de eerste waar we bij gebracht werden was een Fransman. Wel een aardige vent, maar ja die spreekt alleen frans, dus dat is niet gezellig en bovendien zochten we die niet. De 2e poging strandde bij wel een Duitser, maar ook niet diegene die we zochten. Het betrof hier een ontwikkelingswerker, die al 38 jaar in Afrika was, waarvan de laatste 18 jaar hier in Togo op het plateau. Hier bedrijft hij eku landbouw en  doet werk voor een Duitse hulporganisatie. Hij was zo ontzettend gastvrij en wij staan hier inmiddels al weer zo'n 2 weken van zijn gastvrijheid gebruik te maken. We zijn hier verstoken van elke vorm van moderne communicatie bovendien hebben de buitenlandse gsm-providers geen roaming overeenkomst met Togocel. We wachten hier op Bastiaan, die waarschijnlijk over een week hier in Lomé op het vliegveld aankomt. Kortom er staan geen spannende dingen te gebeuren buiten het constant aanzuiveren van het enorme vochtverlies. Afijn, het leuk van der Rudi is, dat hij hier op het Danyi plateau overal ingang heeft in de verschillende gemeenschappen. Dat is leuk voor ons aangezien als hij uitgenodigd wordt, wij ook automatisch uitgenodigd worden.

Het swingende schoolfeest                                                             Napraten met 'der Rudi' in de schoolbank

Zo zijn we ook op een groot schoolfeest als eregasten geweest. Overigens denkt iedereen dat hij nu naast zijn 4 honden er een enorme grote hond bij heeft.

Ziekenhuisje in aanbouw                                     Een dappere gendarme

Wordt het wat rustiger op zijn farm, want ze zijn daar allemaal bang voor Sasja. Sommigen worden heel dapper en willen haar aaien of op de foto. Maar ook zij vluchten gillend weg als ze alleen al met haar ogen knippert. Daar ergens 2 minuten met Saja stilhouden betekent een enorm publiek verzamelen. Het bevalt hier erg goed en we hebben hier alle faciliteiten om wat onderhoud op de Daf te doen. Zo staat  de Daf hieronder droog onder een afdak, waar ik nieuwe olie en filter heb geplaatst als ook het brandstoffilter heb vervangen.

Droog olieverversen                                      De Danyi hoogvlakte

Het afdakje was wel fijn, want de regentijd is definitief hier begonnen op de avond van de 15e maart. Tropisch 'regen' woud klopt kan ik zeggen. 2 met door zo'n bui rennen en je bent tot op het bot nat. Aan een stuk door bliksem is ook wel apart. Dit was nog maar het begin zo werd gemeld, want het betrof een regenbuitje van een uur, waarbij zo'n 24 mm regen viel. De volgende dag was het gewoon weer warm, wat overigens wel meevalt vergeleken met de kust, aangezien we hier op bijna 1000 meter zitten.  Echter de update is zo'n 900 meter lager in Kpalimé verzonden.  Je bent hier net een lopende waterval. We staan hier op een bedrijven terrein in Kpalimé van een bekende van Rudi, die hier een van belangrijkste aannemers van dit deel van Togo is.  We gaan weer snel naar boven en wachten daar wel even tot onze Bastiaan in Lomé aankomt met wat raam reparatie gebeuren. 

 

.