Terug in Kpalime voelde ik me niet zo bie. Na enige tijd had ik me dan toch over laten halen om naar de dokter te gaan. Ik vond het eigenlijk niet zo nodig, want geen koorts. De dokter vroeg nog of ik dacht dat ik malaria had, maar als inmiddels doorwrochte ervaringsdeskundige, wist ik een ding, en dat was dat ik geen malaria had. Dat wist ik ondertussen wel te herkennen dacht ik zo. Afijn, na een test bleek, dat ik dus weer eens keer malaria had. Stom als ik was, heb ik me laten overhalen malaria profylaxe te nemen, waarmee de malaria indien hij komt, dusdanig onderdrukt wordt, dat je de malaria niet als zodanig herkent. Het kan dan lekker lang woekeren, totdat het echt heftig wordt. Goed dus een malariakuur die ik nog niet kende werd voorgeschreven, alsmede wat medicijnen die ervoor moesten zorgen, dat er weer een wat meer standaard stofwisseling plaats zou grijpen. Ondertussen hadden we ons ook een klein beetje vergist in de laatste dag van de geldigheid van ons entente visum. Deze zou op zondag verlopen en niet op maandag, waardoor de paspoorten opzijn laatst op vrijdag in Ouagadougou bij de politie ingeleverd dienden te worden. Kortom, bij terugkomst op het plateau moesten we gelijk weer aftaaien. Ondertussen waren we alweer de nodige dagen verder en voelde ik me steeds weer slechter. Maar we hadden geen keus, we moesten gaan. De weg tussen Kpalime en Atakpame was in verre staat van ontbinding, wat natuurlijk nu ik me niet zo bie voelde, een ramp was. En halverwege ging het dan ook mis. Het bruggetje waar we op af reden, was voor de helft verdwenen en wel de linkerhelft, zodat je zo rechts mogelijk moest houden. Edoch, daar lag een beton blok onder het gras verborgen, waar we met 30 km/u vol opreden. De auto vloog minstens een meter omhoog en het stuur sloeg uit mijn handen, waarna we vanaf het talud de groenigheid inknalde. Even leek het erop, dat we op de zijkant zouden belanden, maar hij bleef toch uiteindelijk op zijn pootjes staan. De schade bleek gezien de klap erg mee te vallen. De doorgang was gescheurd en er zat een diepe groef in de zijkant van de achterband. Maar de radialen waren nog heel, want er was geen sprake van een ballon. Met de 4WD en lage giering konden we op eigenkracht uit het moeras weer op de weg komen en onze weg vervolgen. Ondertussen voelde ik me steeds minder goed, maar liep de reis betrekkelijk voorspoedig. 60 km voor de grens zochten we een mooi plekje voor de nacht op. De volgende dag liep het gelukkig erg soepel bij de grens en konden we verder naar Ouagadougou. Daar aangekomen stond Casper al ge´nstalleerd. Casper en ik hadden 5 jaar geleden al contact met elkaar, toen hij zijn auto nog aan het bouwen was. Hij is in zijn eentje al sindsdien al onderweg door oa het verre oosten en Zuid Amerika en ik had eigen niet gedacht, dat we elkaar onderweg nog zouden tegen komen. Zie www.ctjansen.nl Hij was er iets eerder dan ik verwacht had. Hij was min of meer gevlucht voor de hitte in Mali, maar het was in Ouagadougou niet veel beter. Het benam je zowat de adem en al helemaal omdat ik al zo ziek was. Desondanks wist ik de doorgang te repareren en de band te wisselen. Na een dag 5 kreeg Casper een malaria aanval en nam daarop zijn medicijnen. Ik was de volgende dag zo ziek geworden, dat ik ook maar de malaria medicijnen uit het vet had getrokken. Het ging hierna een stuk beter, maar de hitte hielp niet echt, dus we moesten daar weg. Mahama wist wel een paar kekke plekkies 10km verderop en daar zijn wij en Casper heen gereden, maar dat was toch niet wat we voor ogen hadden. Daarna werden we begeleid naar een meer een paar km verderop en dat was het eveneens net niet helemaal. Bovendien was het meer droog. Na kort overleg vertrokken we uiteindelijk naar Bobo Dioulasso. Iets oostelijk daarvan zou een prachtig gebied liggen met een koel riviertje. Onderweg begon het al wat koeler te worden en we besloten toch halt te maken in Sabou. Het leven werd een heel stuk dragelijker hier, helaas nog geen koud biertje ivm de medicijnen. Na 5 a 6 dagen eindelijk weer eens gegeten en vervolgens de boel binnengehouden, dus dat ging goed. 's avonds werd het toch weer warm en was het weer slecht slapen tot een uur of  1. Het begon toen heftig te waaien, waarna de temperatuur tot zo'n 27 graden daalde. Wat had ik de rest van de nacht lekker gemaft. Het beviel daar dus er goed, en gezellig druk. Er 'liepen' daar ook extreem veel polio patiŰnten rond, waarvan Rafael op zijn 3wieler met handtrappers de aandacht trok met zijn uitgerepareerde linker buitenband.

Casper en ik aan het werk                                               het werk is uit onze handen getrokken

Casper en ik hadden afgesproken, dat we in dit ontwikkelprojectje zouden investeren. We hadden Rafael geld meegeven en hij kwam niet lang daarna terug met een nieuwe band, die wij er de volgende dag op zouden zetten. 7 uur begon zijn school en dat vonden wij te vroeg, dus werd het om 12 uur na de school. En dat betekende, dat we er daar een dagje aan vast zouden plakken. Uiteindelijk bleek hij een wat afwijkende velgmaat te hebben, want we kregen de band er niet om. De 10 Afrikanen die er omheen stonden te kijken, namen de boel zoals gewoonlijk al snel uit de handen en kregen hem er met heel veel geweld wel om. Uiteraard was de binnenband hierna lek en de nieuwe buitenband verru´neerd en de 5 schuldigen verdwenen. Met de velg zijn we het dorp weer in getogen en daar hebben her en der lopen passen totdat we de juiste band hadden gevonden. En na het dichten van een slordige 10 gaten in de binnenband was het niet veel werk meer. Rafael kwam diezelfde avond terug met 2 maten om een djembe concert ons als tegenprestatie te geven.

 Nu stond het ons weer vrij om verder te trekken. Het koele water begon toch steeds meer te trekken en daags daarna stonden we dan uiteindelijk tussen enorme bamboescheuten aan het water bij Nasso, 20km te westen van Bobo (Guingettes). Een eldorado na Ouaga. Heerlijk koel water, veel schaduw, beetje wind en lekker rustig. Uiteraard eerst een lekker gebadderd. Casper had ons vergast op een frikandel speciaal, een koningsmaal kan ik wel zeggen. Zondags komen veel mensen uit Bobo en is erg druk. Naast ons streek een katholieke gemeente neer inclusief pingu´ns. 's Avonds lekker gegeten in het restaurantje aan de andere oever en daarna weer lekker badderen. Slechts 20 meter van de auto af, maar bij terugkomst was de telefoon van Andrea gejat. Maar ja het was natuurlijk enigszins schemerig en ja, dat kan ik natuurlijk niet zeggen..... Gelukkig was hij niet meer te bellen, dus was hij uit of zat er al een andere simkaart in. Deze was 10 minuten later overigens al geblokkeerd.  Mijn ervaringen met de import van mobiles in Afrika was trouwens, dat als je vergat die ding naar de franse taal om te zetten, dat ze er dan niks me aan kunnen vangen. Afijn, we hebben er niet slecht van geslapen, het is alleen balen, dat als je even niet op let er altijd wel een laf schijthuis op de loer ligt.

tussen het bamboe                                                     heerlijk helder koel water.

Opvallend was trouwens, dat ze in het restaurantje zeer goed frieten leverden. We zijn daags daarna erna weer heen gegaan voor de frieten, maar ditmaal gewapend met door Casper gemaakte satÚsaus en fritessaus met Heinz tomatenketchup en extra veel ui. Kortom na 6 a 7 maanden eindelijk weer eens een vette bek. We wilden ook nog een bezoek samen met Casper aan de mare aux hippopotames ten noorden van Bobo brengen. Die bij Banfora was voor ons nogal op een teleurstelling uitgelopen en aangezien Casper Banfora op het program had staan, dachten wij, dat het wel een goed idee zou zijn om hem die teleurstelling te besparen. De laatste nacht bij onze rivier had het de hele nacht geregend en was het een grote modderzooi. Hier werd bij het verlaten daarvan Casper afgestraft voor het feit, dat hij gewone wegbanden had laten monteren. Inclusief alle diflocks aan was het na 3 meter afgelopen. Hij was hierop al voorbereid, want hij had een sleeplint van een meter of 15 bij zich en kon ik hem tot 2x toe weer op gang krijgen.

sterk gestegen water Guinguitta                     klei moskee in Bobo Dioulasso

Eenmaal op het asfalt ging het allemaal wat voorspoediger. En nadat we wat inkopen in Bobo hadden gedaan, ging het dus richting de nijlpaarden. Uiteindelijk namen we een piste, maar deze werd steeds smaller en op sommige stukken moesten we van de piste af omdat die te smal was voor onze auto's. Door de bossages of een stukje of een smal stukje akker tussen de bomen, was dan de enige mogelijkheid. Verderop werd het bos dichter en moest er af en toe ook gehakt worden.

Dat deed me denken aan Pendjari destijds. Daardoor werd ik iets voorzichtiger en werd er sneller gehakt, want door een wat te luchtig houding, had ik toen 2 ramen en een dakraam kapot gereden. Da's lastig, want je auto is dan niet meer waterdicht. Afijn, na verloop van tijd kwamen we op een grotere piste en duurde het niet lang of we waren waar we wezen wilden. We hadden al snel geregeld, datwe met een bootje het water op zouden gaan op zoek naar de hippo's. We moesten het bootje delen met een stel Fransen en hun 3 kinderen.

5 motoren                                                          hippo's

De volgende dag hebben we afscheid, want Casper ging richting Banfora en wij moesten weer naar Ouagadougou, omdat Bastiaan daar met het vliegtuig aan zou komen. Het was een aangename tijd met Casper die ons elke avond met een bak vers gemalen koffie vergastte. Helaas waren we nog niet aan zijn kroketten toegekomen, die zal ik binnenkort maar eens zelf maken. Maar onze beide routes hebben overeenkomstige raakvlakken en het is dus niet ondenkbaar, dat we elkaar de komende tijd nog zullen ontmoeten. De laatste keer dat ik malaria had, was ik zo ziek, dat ik eigenlijk maar een ding wilde en dat was naar huis. Inmiddels is de gezondheid weer 100% en gaan we nadat Bastiaan weg is toch weer een tour door Togo en Benin doen en dit keer fatsoenlijk afscheid nemen van Rudi. Ouagadougou, Tog en Benin staan ook op het programma van Casper, dus wie weet. Op weg over de noordelijk piste naar Ouaga liep de reis voorspoedig tot op een heel smal, eng gammel, vol betonrot en hoog boven het water zwevend bruggetje. Ik ben uitgestapt en heb gewikt en gewogen of dat het de Daf kon dragen en heb uiteindelijk het risico genomen.

eng

En het liep dus goed af. De piste eindigde op de hoofdweg Bobo Ouaga en we dachten erover om een tussenstop te maken in Sabou. Daar aangekomen was het een drukte van jewelste bij het meertje en toen we vlak bij de camping waren, zagen we Rafael op zijn nieuwe bandjes blij te wezen. Maar op de camping stonden gelijk grote groepen kinderen links en rechts van ons, terwijl we nog niet eens waren uitgestapt. De ervaring was, dat deze rustig de hele dag en ook avond je blijven aanstaren en ik had het gelijk al gehad. De eigenaar kwam al op ons toe om ons welkom te heten, maar dat werd dus gelijk ook weer een afscheid, want hier hadden we geen zin in. Dus toch nog maar de laatste 80 km naar Ouaga er aan plakken. Op naar de OKinn, waar we mooi dicht bij het vliegveld stonden en waar alle ambassade dingetjes eventueel per fiets te regelen vielen. We hadden tenslotte nieuwe visa nodig. Helaas had er per 1 mei een wisseling van eigenaren plaatsgegrepen en was het aloude trefpunt van overlanders verboden voor overlanders. Gelukkig hadden we Mahama nog en hebben we toch nog een mooi rustig, van alle gemakken voorziene camping/campement gevonden met zwembad, goede keuken en tapbier en last but no least, fijne mensen.