Het verblijf op de Sukuta camping was dermate aangenaam, zodat de minder onaangename herinneringen van de eerste 20 km in Gambia enigszins qua nadrukkelijkheid zich ietwat meer naar de achtergrond verdrongen. Buiten de camping werd je constant door mensen aangesproken, maar op een aangename manier en waar veel interesse in ons en vooral in Sasja aan de dag gelegd werd, waar je dan ook tijd voor dient te maken. Kortom, de wereld werd weer een stukje aangenamer. Daarnaast hadden we het adres gekregen van een Duitse dierenarts, die niet ver van ons praktijk hield. Sasja had  namelijk 2 wondjes gehad waar maden uit gekropen waren. Dit was voor ons natuurlijk eerst nogal verontrustend, maar nadat wij deze verwijderd hadden en de wonden goed schoon hadden gehouden, leek het hierbij te blijven. Maar de zekerheid van een arts stelt toch meer gerust. Het bleek een tamelijk onschuldig fenomeen te zijn, en wel de mango worm. De arts bleek hier een profylaxis in de vorm van een injectie voor te hebben, waarbij we over ja dan wel nee uiteraard niet lang na over hoefden te denken. Ondertussen had bij ons wel het idee postgevat om Gambia zo snel mogelijk te verlaten, maar dan wel via route ten zuiden van de Gambia rivier. Mentaal konden we ons al voorbereiden op de schier oneindige hoeveelheid politie, douane en militaire controles. Bovendien, als het te erg zou worden, zouden we binnen een poep en een scheet Senegal in rijden. Afijn eerst nog even langs de supermarkt om te fourageren en daarna kozen we het ruime sop. Na Brikama werd de weg slecht, en werd er hard gewerkt aan een nieuwe weg, welke al gedeeltelijk klaar was, maar kennelijk nog niet klaar genoeg om op te rijden. Ergo moest de piste naast deze mooie weg benut worden. Kennelijk moest ie drogen of zo. Overal zag je Ballast-Nedam auto's, vrachtauto's en machines. Blijkbaar hadden deze jongens dit mega project de Trans-Gambia-Highway binnen gesleept. Om de haverklap was er inderdaad sprake van  controles, maar gelukkig geen enkele nare meer. De mannen waren hier de vriendelijkheid zelve en de enige vraag, was of een militair een lift konden geven. Dit deden wij en ook dit bleek een beminnelijke man, die ons, een goed reisgids waardig, van allerlei wetenswaardigheden op de hoogte stelden. Bij de 2e was dit ook zo zij het, dat de verstrekte informatie minder en ook aanzienlijk spaarzamer van karakter was. Gezien de staat van de weg, was het diezelfde dag verlaten van Gambia over de geplande route, een illusie. De nieuw aangelegde weg verkeerde zich in steeds mindere staat van klaar, wat mij wel duidelijk maakte, dat ze van west naar oost werkten. Sommige stukken waren zelfs nog ingepakt met plastic zeil. Bij Pakali Ba stond precies op tijd een bord met campement linksaf en dat al doende, verrees een enorm kamp van de Ballast-Nedam met wooneenheden werkplaatsen etc etc. Het leek ons sterk, dat de Ballast-Nedam ook op dit terrein actief was, maar aan de andere kant zag het er best uitnodigend uit. Op een gegeven moment kwam daar een man op het overigens zeer goed beveiligde terrein op ons afgelopen en begon een praatje in het Nederlands. Hier bleek alras, dat de toeristische sector van de Ballast-Nedam geen geduchte concurrentie hoeft  te verwachten. Leep als ik soms kan zijn, vroeg extreem terloops of ze ook WiFi hadden om in de behoefte van al deze expats te voorzien, waarop hij bevestigend antwoordde en teven de encryptie code vermeldde, zodat ik de mail kon checken. Het feitelijk campement lag iets verderop, waar het nu wel erg rustig was. Voordat de Ballast-Nedam hun eigen kamp op poten hadden gezet, plachte ze hier haar Europese werknemers onder te brengen, vandaar. We konden een huisje met douche en wc voor 400 Dalassi krijgen wat we wel erg veel geld vonden, maar de prijs ging aanzienlijk omlaag, nadat wij meldde, dat wij geenszins van plan waren hierin te gaan slapen, aangezien wij onze eigen slaapgelegenheid bij ons hadden. De douche en wc waren wel welkom. De volgende dag zijn we de brug bij het Ballast-Nedam kamp overgegaan, waar al het werk nog door deze club gedaan moest worden. Kortom alleen nog maar piste.

Weg is nog ingepakt                                brug bij Pakali Ba

We waren daarna  doorgereden naar Basse en van daaruit over een ongelooflijk slechte piste naar Sabi. In een piepklein sloppenhutje aldaar huisden een douane alsook een politie ambtenaar. De douane formaliteiten besloegen slechts het inleveren van het passavant. De politie ambtenaar edoch, bestond het onze paspoorten te voorzien van uitreisstempeltjes. De mening over Gambia moeten we toch wel wat bijstellen, maar we sluiten het voor ons 'no go area' Banjul en het noorden hiervan, uit. Hierna weer een ongelooflijk slechte piste welke ons na een km of 10 aan deed landen bij de Senegalese douane, waar wij wederom na ditmaal slechts 2500 CFA  betaald te hebben, weer in het bezit waren van een reisdocument ten behoeve van ons vehikel. Bij de politie was het ook gezellig. Eindelijk weer eens aanspraak voor ze. Ik had het idee, dat hier niet veel volk over de grens forensde. Eigenlijk wilden we snel naar Mali Bamako om ons recupereren. Gewoon op een bekende plek staan waar je in alle rust reparaties aan de Daf kon uitvoeren. We waren van Sabi naarVélingara gereden en daar op de weg gekomen naar Tambacounda. Deze weg was in zeer goede conditie en we kwamen diezelfde dag nog voorbij Tambacounda, waar we een beetje van de weg af op een mooi plekje langs een drooggevallen meertje stonden.

Even voorbij Tambacounda                                                      Mali

We vervolgden de weg naar Kidira, waar je in het midden van het dorp de politie formaliteiten dient te regelen. Hierna konden we de politie controle bij de grens probleemloos passeren . Het is een enorme drukke grenspost, waar tientallen vrachtwagens geparkeerd staan. Toch lukte het binnen 2 uur alles te regelen, waarna we onze weg naar Kayes konden vervolgen. De weg na Diema richting Bamako was niet meer te herkennen. Geen wasbord piste meer, maar een grote tol-asfalt-weg. Schoot wel op en na nog een keer langs de weg geslapen te hebben, kwamen we 's middags aan bij Le Cactus. En hier heb ik dan een dag besteed aan het kruislings van voor naar achter verwisselen van de banden. Na een dag bijkomen had ik de radiateur uitgebouwd op weg naar de voorste olie kering, die nu toch wel irritant veel begint te lekken. Dit project hield stil nadat de ventilator verwijderd was en ik op een moer van 40mm stootte, die de krukaspoelie vergrendelde. Mijn grootste dop reikte niet verder dan "slechts" 35 mm. Morgen dus de stad maar in voor een vette dop.

Banden wisselen                                 radiator uitgebouwd