We hadden opgebroken in Dakhla en zijn naar de grens gereden met de nodige onderbrekingen als gevolg van de roadblocks. Eerst dachten we er nog over om een stop te maken voor de grens, maar zijn nadat we zo'n 80 km voor de grens waren, gestopt om de diesel tanks helemaal vol te gooien en zijn we direct doorgereden naar de grens. Daar hadden we de hele papiermolen bij de Marokkanen doorgewandeld, nadat we daar een tijd hadden gewacht. Men bleek namelijk lunch pauze te hebben. En daarna komt het allemaal langzaam op gang. Geen problemen verder en dus konden we na de afhandeling van de formaliteiten, het 'Marokkaanse' grondgebied verlaten. Hier begint een stuk weg van een kilometer of 5 door het niemandsland, dat ongelooflijk slecht is. Je moet hier op blijven voor zover je hem ontwaard, want er naast schijnen de nodige landmijnen te liggen. Gelukkig bereikten we vlak voor het donker de Mauretanische kant. Daar ging alles ook betrekkelijk eenvoudig, aangezien we al van visa waren voorzien. Motor en auto werden in de paspoorten bijgeschreven. De auto verzekerd en geld gewisseld bij een snuiter die tegen de west Afrikaanse gewoonte in, goed Engels sprak. Het Frans gaat weliswaar inmiddels wel een stuk beter, maar Engels blijft een stuk makkelijker voor me. Afijn, deze man was zo geschikt om ons naar een camping in Nouabhidou te gidsen. Dat was wel lekker, want het was ondertussen donker en die camping hadden we anders niet zo snel gevonden. Hier hadden we 2 dagen gestaan en hebben de stad een beetje bekeken en zijn toen naar Nouakchott vertrokken.

 De weg er naartoe is 460 km zand, steen, afval en veel allerhande lijken in letterlijk alle staten. Eigenlijk is het best wel een triest en onvriendelijk land. Het komt regelmatig voor, dat als je geen geld geeft, je een steen van een paar vluchtende kinderen voor je hoofd of auto krijgt. Ook daar veel roadblocks en bij de laatste, vlak voor Nouakchott werden we aangesproken door iemand die ons een plekje op zijn auberge wilde slijten. Eigenlijk hadden we daar geen zin in, maar zijn uiteindelijk toch maar wezen kijken. Het bleek een nieuw opgezette auberge te zijn, gerund door 2 Marokkaanse jongens met hun beminnelijk vader. Vader en ťťn zoon waren wel zeer engels bespraakt en hebben een hoop echte service verleend, zoals op de chaotisch en hectische Arabische markt als intermediair opgetreden bij het geld wisselen. Ze hebben daar geen fatsoenlijke bank waar je geld op kan nemen. Hij heeft ons naar de haven gereden en op sleep genomen op het strand naar de vissers en ook heeft hij ons naar de ambassade van Mali gereden in het gekkenhuis, dat Nouakchott heet. Goede douche, veilige haven en gezellig zonder bijbedoelingen dus dit 'Nouvelle Auberge' in het verder niet zo gezellige MauretaniŽ. Op de terugweg gaan we hier zeker weer langs. We hadden hier 2 dagen gestaan en op de 2e dag hadden we een visum voor 2 maanden voor Mali gehaald. Ook een autoverzekering hadden we geregeld. Aanvankelijk was het plan om naar Dakar te gaan, om de rallyfinish te kunnen zien, maar we hadden al van verschillende kanten gehoord, dat het nogal teleurstellend is, aangezien je door de drukte nauwelijks wat ziet. Bovendien wilden we Senegal niet bij Russo in gaan, omdat het een van de naarste grensposten is die er zijn. Dus op naar Mali. In Nouakschott hadden we 2 Duitsers in een Landrover ontmoet die dezelfde richting uitgingen als wij. Deze stelden voor samen op te rijden zodat ze de pistes niet in hun eentje hoefden te rijden, omdat ze dit niet zo'n prettige gedachten vonden dit solo te doen. We gingen dus verder met zijn vieren en 3 honden richting Mali. Maar eerst nog een heel stuk oostwaarts door MauritaniŽ. Een eldorado voor de honden, want die komen dan weer met een geitenkop of een ezelspoot of iet dergelijk aangeslopen. Men ziet dat gelijk aan de houding van die beesten. Als ze lopen als een tijger met de kop laag bij de grond, dan weet je dat ze de nodige stoffelijke resten in hun bek met zich mee slepen. Bij Aleg zijn we van de weg af dwars doorgestoken om een stuk af te snijden. Dat is natuurlijk een risico aangezien er geen track was.

Het enige wat nog helpt als je vast zit in het zand..

En in dit geval eindigde het 50km later dan ook bij onneembare zandduinen. Maar het was een mooie en ruige de-tour. Verder westwaarts door het deprimerende MauretaniŽ, naar een zeer afgelegen grenspost bij Nioro de Sahel in Mali. 10km voor de grens bij een onmogelijk gat de auto en motor uit het paspoort geschreven. Weer een stuk verder aangehouden en daar waren we bij de douane uitgenodigd om  mee te eten. Lekker met je vuist in een vette pan rijst met vlees gerijpen. Het smaakt overigens erg goed. Daarna werd ik geholpen bij het handen wassen. Ik kreeg een stuk zeep en een van de douaniers goot met een keteltje het water over mijn handen. En toen was het eindelijk tijd voor de formaliteiten. Kortom on-Mauretanische ervaringen.  De grens is daar verder erg onduidelijk, maar op een gegeven moment kom je weer ergens bij een of ander bouwvalletje en daar zijn een aantal Malinezen die je dan weer in een groot boek inschrijven. Daarna moet je naar het Nioro de Sahel rijden en de douane zoeken wat geen sinecure is. Daar aangekomen vliegen er allemaal mensen op je af die je willen helpen. Eerst nog wat achterdochtig omdat je gewend bent dat men er iets voor wil hebben of dat ze je wat willen slijten oid. Maar ons werd de weg gewezen naar de douane. Eerst dacht ik nog dat we niet begrepen werden, want een stoffig pleintje met een paar bouwvallen is niet iets waar ik aan denk als ik het over de douane heb, maar het was daar uiteindelijk toch echt. Carnet werd afgestempeld en toen moesten we op zoek naar de politie. Daar weer het paspoort laten stempelen en toen op de laatste diesel en zonder geld op de 1e januari naar Bamako. Maar na  zo'n 150 km zijn we vlak bij een dorpje gaan staan om te gaan overnachten. Het is een compleet andere wereld met totaal andere mensen. Mensen komen af toe langs om een vriendelijk praatje te maken zonder bijbedoelingen. Uit het dorp kwam 's avonds traditionele muziek en daar waren we naar toe gelopen. Er was en dorpsfeest gaande met muziek en dansende mensen en we waren daar uitermate welkom en mochten ook foto's maken. Dat was erg bijzonder.

 De volgende dag zijn we verder naar Bamako gereden. Daar kan je in maar een paar banken geld op je Visa kaart krijgen. Voordat we uit Nederland weggingen had ik nog getwijfeld of ik mijn Visa kaart zou verlengen, aangezien ik ook nog een Mastercard had. Maar als ik dat toch niet had gedaan, zouden we een vet probleem hebben gehad. Gelukkig kregen we met ongelooflijk veel mazzel toch nog geld en konden derhalve op het terrein van Maison des Jeunes in Bamako staan, alwaar wij tevens op het terras sinds tijden de eerste fles bier hebben genuttigd. Fijn was in dit geval ook, dat ze hier geen halve liters maar 3/4 liter flessen hadden. We hadden 2 nachten hier gestaan en de stad verkend. Maar ook deze stad is te heftig voor ons. Geen aantrekkelijke stad om te zien en ongelooflijk hectisch. Typisch voor zo'n stad in Afrika; iedereen wil wat van je. Je wordt om de haverklap aangesproken om wat te kopen of om geld. Je bent dan ook per definitie ieders beste vriend en het is heel erg vermoeiend om zoveel goede vrienden te hebben. Maar na dit alles zijn we met een redelijk gevulde knip en volle tanks vertrokken. Allereerst naar een groot bos waar we hier nu eindelijk in alle rust staan bij te komen van alle stadse stress met een volle koelkast. Hierna gaat het nog naar Mopti en de olifanten tracks en daarna naar Timboektoe om misschien nog het muziek festival bij te wonen.